Aan de hand van dit duo, de kleinste vogels van Europa, onderzoek ik knelpunten in naaldwoud. Die zijn er, getuige de sterke afname van naaldhoutspecialisten, zoals de goudhaan. De aantallen broedende goudhanen zijn gehalveerd, terwijl de zo verwante vuurgoudhaan sterk is toegenomen. We weten dat vuurgoudhanen minder aan naaldhout gebonden zijn dan goudhanen, maar of dat een voordeel is en op welke manier is nog niet duidelijk. Mogelijk hebben ze keuze uit een breder soortenspectrum? Van beide soorten onderzoek ik de broedbiologie op de Veluwe: hoeveel eieren leggen ze, wat is het nestsucces, welke prooien voeren ze aan hun jongen en in welke aantallen komen die prooien voor?