Vanaf eind februari scharrel ik buiten in bossen, op zoek naar nesten van naaldbosbewoners. Staartmeesnesten zijn vaak makkelijk te vinden buiten het bos, maar in het naaldhout broeden ze soms tot 25 meter in een hoge Douglas. Na elke bouwbeurt storten ze van die hoogte naar beneden, in diepe golven. Iets later in maart beginnen de kleinste vogels: het zo mooie goudhaantje, hier met veren van een houtduif, en de mooiste, het vuurgoudhaantje. Donker is vaak het bos, maar deze vugo zat net in een zonneplekje te poetsen -mooier wordt het niet snel! De nesten van beide goudhanen zijn lastig te vinden, de vogels zijn klein en verdwijnen vaak, en prachtig is dan elke nestvondst.
Ik doe dit onderzoek niet alleen voor mijn plezier, maar ook om een begin van een antwoord te krijgen op de vraag waarom zoveel insecteneters van naaldhout achteruit gaan. Goudhaan en staartmees zijn sterk afgenomen, vuurgoudhaan sterk toegenomen. Door verwante soorten te spiegelen hoop ik meer te gaan begrijpen van wat we zien en vaststellen. Morgen weer het ruisende bos in.
